burgerschap op de basischool burgerschapsonderwijs

Het is tegenwoordig een heet hangijzer: burgerschap op de basisschool. Wat houdt de burgerschapsvorming voor leerlingen precies in? Waaraan moet je wettelijk voldoen? En waarin krijg je juist de ruimte als basisschool?

 
Op deze en andere vragen over burgerschap op de basisschool geven we op deze pagina antwoord. Daarbij leggen we uit hoe het IPC-curriculum je houvast geeft bij burgerschapsvorming.

Waarom er behoefte aan burgerschapsvorming is

Als je er even bij stilstaat, dan ontdek je dat burgerschap belangrijker is dan je misschien in eerste instantie zou denken. Het is veel meer dan een hippe onderwijsterm en het is veel meer dan een populaire politieke kreet.
 
Samenleven kun je leren en je kunt er niet vroeg genoeg mee beginnen. Thuis, op straat, op het sportveld en natuurlijk op de basisschool. Kinderen ontdekken samen met hun leeftijdsgenoten hoe zij zorgen voor hun omgeving, dichtbij huis en ver weg.
 
Leerlingen ontdekken dat ze van hun leeftijdsgenoten verschillen en soms ook weer heel erg op elkaar lijken. Ze ontdekken ook dat je met elkaar meer bereikt dan alleen.
Burgerschapsvorming is ook leren zeggen wat je denkt. Het krijgen van kritiek is niet altijd leuk, maar je kunt het wel leren, zonder dat je meteen boos wordt.

Waarom burgerschap op de basisschool thuishoort

Kinderen leren altijd en overal. Het grote voordeel van een (basis)school is dat kinderen gericht iets leren. Er zit een idee achter. Dat idee komt van de leraar of het curriculum en indirect van de maatschappij. Er gelden in het Nederlandse onderwijs richtlijnen en wetten die bepalen wat kinderen in ieder geval moeten kennen, kunnen en begrijpen.
 
Welke bijdrage kan een waardevolle plek als de basisschool dan aan burgerschap leveren? Hoe begeleiden we kinderen in hun ontwikkeling tot burgers en wereldburgers? Voor we op die vragen antwoord geven, kijken we eerst naar wat de wetgever in Nederland van basisscholen en burgerschapsvorming vraagt.

De wetgever over burgerschap op de basisschool

In toenemende mate vindt men dat leerlingen niet alleen les moeten krijgen in de klassieke schoolvakken, maar ook in hoe zij omgaan met andere mensen.
 
Om dit wat meer structuur te geven heeft de onderwijsinspectie in 2006 het document “Toezicht op Burgerschap en Integratie”, gepubliceerd. Hierin krijgen scholen de opdracht om actief burgerschap en sociale integratie te bevorderen. In 2021 is de publicatie herzien en aangescherpt (website).
 
Het onderwijs:

  • gaat mede uit van dat leerlingen opgroeien in een pluriforme samenleving.
  • is mede gericht op het bevorderen van actief burgerschap en sociale integratie.
  • is er mede op gericht dat leerlingen kennis hebben van en kennismaken
    met verschillende achtergronden en culturen van leeftijdsgenoten.

 
Het is belangrijk dat scholen deze basiswaarden zelf uitdragen, zodat leerlingen ermee vertrouwd raken. Over de exacte invulling van burgerschap op de basisschool is wettelijk weinig bepaald. Zo hebben scholen veel vrijheid bij de organisatie van hun onderwijs.
 

Wat je als basisschool in elk geval over burgerschap aanbiedt

Een aantal zaken dienen aan bod te komen: kennis van de democratie, de rechtstaat en de grondwet. Voor het basisonderwijs betekent dit dat de kerndoelen 36, 37, 38 en 43 aan bod moeten komen (website). Hierbij gaat het om het ontwikkelen van sociale en maatschappelijke competenties.
 
De basisschool biedt voor burgerschap een respectvolle oefenplaats, waarin actief geoefend wordt met de basiswaarden en burgerschapsvaardigheden. Leerlingen hebben kennis van, inzicht in en respect voor de 3 basiswaarden: vrijheid, gelijkwaardigheid en solidariteit.
burgerschapsonderwijs

Burgerschap op de basisschool: wat kun je doen?

De ruime vrijheid van de burgerschapsopdracht stelt scholen voor een aardige uitdaging. Waar begin je? En hoe hou je het overzicht? Het curriculum van IPC geeft je de structuur waarmee je aan de vereisten van het burgerschapsonderwijs voldoet. Met IPC werken kinderen op de basisschool voortdurend aan actief burgerschap. Dat doen ze vanuit verschillende invalshoeken en vakgebieden. Hoe zit dat precies?
 

IPC en actief burgerschap

De vakken Internationaal (wereldburgerschap) en Mens & Samenleving zijn als leerlijnen in het IPC-curriculum verwerkt, met ieder hun eigen leerdoelen. IPC helpt kinderen met het ontdekken van hun eigen nationale en culturele identiteit enerzijds. Anderzijds leren kinderen samenleven met andere nationale en culturele identiteiten.
 
Vanuit dit perspectief komen ook grote mondiale kwesties als wereldvrede, duurzaamheid en armoedebestrijding aan bod. Leerlingen krijgen voortdurend een wisselend perspectief aangeboden en ontdekken zo zelf overeenkomsten en verschillen tussen culturen en landen.
 

Persoonlijke ontwikkeling en burgerschapsvorming

Persoonlijke ontwikkeling en burgerschap gaan hand in hand. Leerlingen hebben persoonlijke en sociale vaardigheden nodig om zich te ontwikkelen tot een wereldburger met alles wat daarbij komt kijken.
 
Bij IPC komen een achttal ontwikkeldoelen doorlopend aan bod tijdens de thema’s. Het gaat om: aanpassingsvermogen, communicatie, samenwerking, onderzoek, ethiek, veerkracht, respect en bedachtzaamheid. De taken zijn zo geschreven dat kinderen voortdurend ervaringen opdoen die prikkelen en aanzetten tot oefenen.
 
Om tot inzichten te komen geef je leerlingen de ruimte om op de doelen te reflecteren. Ook het vieren van waar je beter in bent geworden en het stellen van nieuwe doelen zijn belangrijke momenten in het leerproces.
 

Burgerschap in de IPC-thema’s

IPC werkt zoals gezegd met thema’s. Een aantal thema’s heeft specifiek betrekking op actief burgerschap, bijvoorbeeld het thema ‘Samenleven’. Hier ontdekken kinderen de gemeenschap waar ze in leven, hoe jong en oud met elkaar omgaan en welke overeenkomsten en verschillen er zijn tussen gemeenschappen.
 
Bij het thema ‘Voortrekkers van verandering’ komen verschillende regeringsvormen aan bod en wordt duidelijk hoe we globale problemen als klimaatverandering aanpakken. De grote problemen van deze tijd komen overigens in meerdere thema’s aan bod, bijvoorbeeld in: ‘Weer & Klimaat’, ‘Het Milieu’ of ‘Nederland Waterland’.
 
Het IPC-curriculum biedt in totaal 90 thema’s die allemaal maatschappelijk relevant zijn. De vakken Internationaal en Mens & Samenleving komen net als de persoonlijke ontwikkeldoelen in al die thema’s aan bod. De onderwijstaken die bij elk IPC-thema horen geven de leerkracht steeds inspiratie en tips.
 
IPC is geen rigide methode maar laat het initiatief bij de leerkracht (en de leerling). Alleen zo weet je het leren relevant te maken en sluit je aan bij de leefwereld en het niveau van de leerling. Dat betekent ook dat er genoeg ruimte overblijft voor een invulling van burgerschap die past bij de visie van de basisschool. Wat past bij je school? Op welke facetten van burgerschap wil je op jouw basisschool extra accent leggen?
 

Burgerschap over de landsgrenzen

Met IPC kun je kinderen op vele manieren in contact laten komen met andere culturen. Natuurlijk kun je ook banden aangaan met partnerscholen. Zo zijn er wereldwijd meer dan 1000 IPC-scholen in 90 landen.

Meer informatie over burgerschap op de basisschool?

Zit je nog met vragen ten aanzien burgerschapsonderwijs? Laat het ons gerust weten via info@ipc-nederland.nl. Wil je meer weten over IPC? Bekijk dan ook eens de pagina’s ‘Wat is IPC?’ en ‘IPC op jouw school’.

verschillende concepten basisonderwijs

Welke verschillende onderwijsconcepten zijn er in het basisonderwijs? En hoe past IPC daarbij? Binnen de 400 Nederlandse IPC-basisscholen zitten heel wat verschillende onderwijsconcepten. Denk aan Jenaplan, Dalton en Montessori, maar ook speciaal onderwijs en de IKC’s (integrale kindcentra).

Verschillende onderwijsconcepten in het basisonderwijs

We maken een rondje langs de velden. Waar gaan al die verschillende onderwijsconcepten over? En hoe helpt IPC om deze concepten naar de praktijk te vertalen? Klik op het betreffende concept om er snel naartoe te gaan en/of lees gerust verder.

Jenaplan: een onderwijsconcept voor de brede ontwikkeling

Jenaplan is een concept voor het basisonderwijs waarbij de leerling centraal staat. Daarmee bedoelen ze bijvoorbeeld dat elk kind op een eigen manier ontwikkelt. Je stemt het onderwijs af op de talenten en een passende leerstijl. Die individuele benadering neemt niet weg dat samen ontwikkelen een belangrijke troef is binnen dit onderwijsconcept. Kinderen leren niet alleen van de leraar, maar zeker ook van elkaar.

 

Kinderen op Jenaplanscholen worden gestimuleerd in hun brede ontwikkeling. De zaakvakken vormen het hart van het onderwijs. De Nederlandse Jenaplanvereniging onderscheidt tien essenties (zie website):

  • Ondernemen
  • Plannen
  • Samenwerken
  • Creëren
  • Presenteren
  • Reflecteren
  • Verantwoorden
  • Zorgen voor
  • Communiceren
  • Respecteren

 

Hoe dit basisonderwijsconcept met IPC samengaat

IPC gaat over de zaakvakken en sluit aan bij de brede ontwikkeling van het kind. IPC hecht net als jenaplan aan een betrokken leergemeenschap van leerlingen, leerkrachten, ouders, verzorgers (en de maatschappij).
 
In de lesactiviteiten van het IPC-curriculum vind je suggesties om voorbij de muren van het klaslokaal te kijken. Tijdens gezamenlijk openingen en afsluitingen van de thema’s stimuleren we scholen om verbinding te maken met ouders en verzorgers. Het samen vieren van je leerproces is een groot goed.
 
IPC geeft doordacht materiaal aan de leerkracht, waarin het lerende kind centraal staat. Leerkrachten, maar ook de kinderen, kunnen hierbinnen eigen keuzes maken. Er wordt binnen jenaplan vaak gewerkt met stamgroepen, clusters van verschillende leerjaren. IPC sluit daarop aan met ‘mileposts’.
 
IPC werkt met acht persoonlijke doelen, die erg lijken op de tien essenties van het jenaplanconcept. Dit zijn: aanpassingsvermogen, communicatie, samenwerking, onderzoek, ethiek (zorgen voor), veerkracht, respect en bedachtzaamheid.
 
De tien essenties van jenaplan worden integraal vertegenwoordigd in het IPC-curriculum, zonder uitzondering. IPC is een leermiddel dat de schoolvisie faciliteert en zelfs aanmoedigt. IPC en Jenaplan zijn zodoende een dikke match.
 
Voorbeelden van IPC-jenaplanscholen

  • Basisschool de Hobbitstee, uit Eemnes (website)
  • Jenaplanbasisschool Vlinderbos, uit Wilnis (website)
  • Jenaplanbasisschool de Korf, uit Apeldoorn (website)

 

verschillende onderwijsconcepten basisonderwijs
Alena Darmel

Montessori: ‘Help mij het zelf te doen’

Montessorionderwijs is één van de onderwijsconcepten uit het traditioneel vernieuwingsonderwijs. Maria Montessori stond aan de basis van het concept.
 
De stromingen uit het traditioneel vernieuwingsonderwijs zetten zich af tegen het klassieke onderwijs begin 20e eeuw. Een onderwijs dat weinig ruimte bood voor de individuele ontwikkelmogelijkheden van kinderen. Ook jenaplan en dalton behoren tot het vernieuwingsonderwijs.
 
Montessori heeft verschillende concepten voor het basisonderwijs en het voortgezet onderwijs. Het bevorderen van zelfstandigheid neemt een belangrijke plek in op montessorischolen. Het motto is dan ook: ‘Help mij het zelf te doen’. Kinderen volgen individuele leerlijnen en nemen eigen verantwoordelijkheid voor hun leren. De leerkracht stelt zich op als coach en begeleider.
 

Hoe dit onderwijsconcept voor het basisonderwijs met IPC samengaat

IPC stimuleert net als montessori het eigenaarschap en de individuele leerlijn van leerlingen. De leerkracht stelt zich waar het kan op als coach. Het montessorionderwijs werkt vaak met meerdere leeftijden door elkaar. IPC is zo opgebouwd, dat dit mogelijk is, maar niet per se hoeft. Er zijn bijvoorbeeld doorgaande leerlijnen, waardoor kinderen in hun eigen tempo kunnen werken, ongeacht hun leeftijd of instapniveau.
 
Net als montessori is IPC er ook in het voortgezet onderwijs. Alleen heet het dan IMYC (international middle years curriculum) (website). Het voordeel hiervan is dat leerlingen de werkwijze herkennen en dat leerlijnen waar van toepassing doorlopen.
 

Voorbeelden van IPC-montessorischolen

  • Montessori Plus, uit Breda (website)
  • 1e Montessorischool de Wielewaal, uit Amsterdam (website)
  • Maria Montessorischool Den Haag. (website)

Internationaal

  • Little Fairy Montessori Home, uit Yokohama, Japan (website)
  • Forest Hill International School, uit Phnom Penh, Cambodja. (website)

 

montessori IPC
Antoni Shkraba

Daltononderwijs: de balans tussen vrijheid en houvast

De Amerikaanse Helen Parkhurst is de grondlegster van dit onderwijsconcept en tijdgenote van Maria Montessori. Ook dalton behoort daarmee tot het traditioneel vernieuwingsonderwijs uit begin vorige eeuw. De vernieuwingsonderwijsconcepten staan nog steeds aan de basis van hoe we vandaag de dag over veel onderwijsthema’s denken. Daartegenover staat dat ze natuurlijk ook met hun tijd meegaan.
 
Dalton is een praktisch onderwijsconcept voor het basis- en voortgezet onderwijs. Er zijn vijf kernwaarden geformuleerd:

  1. samenwerking
  2. vrijheid en verantwoordelijkheid
  3. effectiviteit
  4. zelfstandigheid
  5. reflectie

Er is binnen het dalton-basisonderwijs ruim baan voor de brede ontwikkeling van het kind. Dalton bouwt op de gedachte dat kinderen van nature leergierig zijn en zich willen ontwikkelen. Als school faciliteer je een actieve, nieuwsgierige houding en geef je het kind de ruimte binnen afgesproken kaders. Als een kind zelf initiatief neemt, zal ook de samenwerking met anderen tot stand komen, én zich ontwikkelen.
 

Hoe dit onderwijsconcept voor het basisonderwijs met IPC samengaat

IPC sluit naadloos aan bij het daltononderwijs. Daarvan getuige niet alleen het feit dat er 14 IPC-daltonscholen zijn in Nederland. IPC zet net als dalton in op effectief leren. Je geeft als leerkracht de leerlingen verantwoordelijkheden en daagt ze uit om actief deel te nemen aan het onderwijs.
 
Dalton onderschrijft net als IPC dat werken met veel vrijheid, ook kaders en structuur vergt voor de leerling. IPC faciliteert dit met een herkenbare terugkomende leerstructuur. Als leerling weet je zo altijd wat de volgende stap is in je leerproces.
 
Binnen dit proces speelt reflectie op jezelf en op klasgenoten een belangrijke rol. Hoe weet je immers of je op de goede weg bent als je niet reflecteert? Ruimte voor reflectie zorgt er ook voor dat je nieuwe inzichten ontwikkelt: de aha-momenten.
 

Voorbeelden van IPC-daltonscholen

  • De Optimist, uit Almere (website)
  • Kindcentrum de IJsvogel, uit Meppel (website)
  • Helen Parkhurstschool, uit Tilburg (website)

Ontwikkelingsgericht Onderwijs (OGO)

OGO staat voor Ontwikkelingsgericht Onderwijs. OGO-onderwijs focust op de ontwikkeling van de persoonlijke identiteit bij kinderen. De term ‘ontwikkelingsgericht onderwijs’ wordt ook binnen andere onderwijsconcepten voor het basisonderwijs gebruikt.
 
OGO baseert zich op een holistisch mensbeeld en verbindt zich aan het voortschrijdende inzicht van de wetenschap. Als leerling (en leerkracht) ben je steeds op zoek naar de volgende stap in je leerproces.
 

Hoe onderwijsconcepten als OGO met het IPC-basisonderwijs samengaan

De belangrijkste fundamenten van OGO komen ook in IPC terug. Vaak noemen scholen zich: ‘IPC-school met een OGO-touch.’ IPC behoort net als OGO niet tot de statische onderwijsconcepten. Het beweegt mee met de ontwikkelingen in de (neuro-)wetenschappen.
 
IPC werkt ontwikkelingsgericht, waarbij kinderen een groeimindset wordt aangeleerd. Een goed voorbeeld hiervan zijn de rubrics en de leeradviezen. Hierin ziet de leerling telkens welke volgende stap er te zetten valt. Je bent nooit uitgeleerd.
 
IPC heeft een duidelijk ontwikkeld leerplan, waarbinnen veel variatie mogelijk is. Veel OGO-scholen laten bijvoorbeeld hun kinderen vrij bij het volgen van hun interesses. Het spreekt voor zich dat afwijken van het leerplan ook meer van de leerkracht vergt.
 
Door de thematische aanpak leren kinderen met IPC de samenhang tussen de vakken zien. Ook bij OGO zie je deze vakoverstijgende aanpak vaak terug.
 

Voorbeelden van IPC-OGO-scholen

  • Franciscusschool, uit Zaltbommel (website)
  • Basisschool de Origon, uit IJmuiden (website)
  • OBS Wereldwijs, uit Amsterdam (website)

onderwijsconcepten basisonderwijs nieuwe

Speciaal Onderwijs (SO) en Speciaal basisonderwijs (SBO)

SO- of SBO-scholen zijn bedoeld om kinderen met ontwikkelproblemen en/of leerachterstanden verder te helpen. Ook opvoedingsmoeilijkheden en andere behoeftes aan extra aandacht en begeleiding vallen onder deze twee noemers. Als een kind het op een reguliere basisschool niet redt, komt het in beeld bij het speciaal onderwijs.
 
Het streven van het speciaal onderwijs is om leerlingen aan het voortgezet onderwijs af te leveren met een gelijkwaardig niveau als het reguliere basisonderwijs. Vaak is er wel enige uitloop, tot 14 jaar. Ook de kerndoelen wijken iets af van het reguliere onderwijs. Het speciaal onderwijs werkt met vier clusters.

  • Cluster 1: kinderen met een visuele beperking die het in het reguliere basisonderwijs niet redden.
  • Cluster 2: kinderen met auditieve problemen en/of ernstige taal- en spraakproblemen.
  • Cluster 3: voor lichamelijke en verstandelijke beperkingen.
  • Cluster 4: kinderen met ernstige gedragsproblemen en psychiatrische stoornissen.

Het speciaal basisonderwijs heeft geen vastomlijnde onderwijsconcepten. Er moet vanzelfsprekend meer aandacht zijn voor individuele leerlingen en de groepen zijn aanzienlijk kleiner.
 

Hoe deze verschillende onderwijsconcepten voor het basisonderwijs met IPC samengaan

We zien dat er in de praktijk best wat SO- en SBO-scholen die met IPC werken. Dat heeft een aantal redenen. Zo geeft IPC de handvatten om leerlingen in hun eigen tempo te laten ontwikkelen. Met de doorgaande leerlijnen kan elke leerling op zijn eigen niveau werken.
 
IPC geeft leerlingen de benodigde extra structuur. Denk aan een herkenbare leercyclus, leerwanden, woordenschatonderwijs en meer samenhang tussen de traditionele schoolvakken. Er zijn ook op maat gemaakte professionaliseringstrajecten mogelijk met ervaren IPC-trainers.
 
Kinderen leren met IPC belangrijke vaardigheden en verkrijgen betekenisvolle kennis. Met andere woorden: je kennis verruimt door te doen. IPC adviseert voor het speciaal onderwijs een aangepaste route binnen het curriculum. Één die meer op maat is en past bij de behoeften van de school.
 

Voorbeelden van IPC-SO-scholen

  • Tine Marcusschool, uit Groningen en Assen (website)
  • De Skelp, uit Drachten (website)
  • Lichtenbeek, uit Arnhem (website)

Voorbeelden van IPC-SBO-scholen

  • SBO Het Avontuur, uit Den Haag (website)
  • SBO De Piramide, uit Gennep (website)
  • IKC Tijstroom, uit Zaandam (website)

tweetalig onderwijs tto

Tweetalig Onderwijs (TTO): klaar voor de wijde wereld

Leerlingen die het basisonderwijsconcept tweetalig onderwijs volgen, krijgen een deel van hun onderwijs in een andere taal aangeboden. Vaak is dit Engels maar het kan ook in een andere taal zijn, zoals Fries. Wettelijk mogen basisscholen tot 15 procent van hun tijd aan vreemde talen besteden, maar er zijn op dit moment ook scholen die meedoen aan een pilot waarbij 30 tot 50 procent van de lessen aangeboden wordt in een vreemde taal.
 
Leerlingen die tweetalig onderwijs krijgen op school beheersen de tweede taal vanzelfsprekend beter dan andere kinderen. Ook op latere leeftijd scoren ze beter. Dat komt doordat ze op dagelijkse basis bezig zijn met een andere taal. Zo wordt het niet alleen gesproken in de klas, maar ook de lesmethodes en toetsen zijn in een vreemde taal. Onderzoek naar TTO wijst uit dat er geen nadelige effecten zijn op de Nederlandse taalontwikkeling en schoolresultaten.
 
Al op jongere leeftijd een extra taal spreken geeft in je latere leven veel voordeel. Zo wordt er op hoge scholen en universiteiten steeds meer les gegeven in het Engels. Ook zorgt globalisering er voor dat de beheersing van vreemde talen steeds belangrijker wordt.
 

Hoe dit onderwijsconcept voor het basisonderwijs met IPC samengaat

Met IPC groeien kinderen op tot actieve en betrokken wereldburgers. Doordat leerlingen veel leren over andere mensen en culturen, begrijpen zij de wereld om hun heen beter. Leerlingen die tweetalig onderwijs volgen beheersen de taal uiteindelijk op het niveau van ‘near native speaker.’ Vanwege de uitstekende beheersing van de taal kunnen leerlingen makkelijker contact leggen met mensen uit andere culturen. IPC en TTO versterken elkaar op die manier, omdat TTO er voor zorgt dat de vaardigheden van IPC in de praktijk toegepast kunnen worden.
 
Net als tweetalig onderwijs is IPC er ook voor de middelbare school. Alleen heet het dan IMYC (international middle years curriculum). Het voordeel hiervan is dat leerlingen de werkwijze herkennen en dat leerlijnen doorlopen. Beide onderwijsconcepten werken zowel in het basisonderwijs als het voortgezet onderwijs prima met elkaar.
 

Voorbeelden van IPC-TTO-scholen

  • De Eglantier, Delft (website)
  • Harbour Bilingual, uit Rotterdam (website)
  • Nicolaasschool, uit Oss (website)

Onderwijsconcepten voor tieners

Voor de kinderen die de stap van het basisonderwijs naar het voortgezet onderwijs anders willen maken, zien we de laatste jaren steeds meer 10-14-initiatieven. Voor deze scholen is er Curriculum 10-14 (zie website). De structuur is herkenbaar en gelijkend met die van IPC. Het verschil is dat Curriculum 10-14 volgens de behoeften van het tienerbrein ontwikkeld is. Het brein van een tiener werkt immers anders dan van een kind uit groep 3. Zo heeft het meer behoefte aan (verantwoord) risico’s nemen en betekenis geven aan nieuwe dingen.

onderwijsconcepten basisonderwijs

Vragen over IPC en de onderwijsconcepten in het basisonderwijs?

Heb je naar aanleiding van de verschillende concepten voor het basisonderwijs nog vragen of opmerkingen? Stuur ze gerust naar info@ipc-nederland.nl. Mis je nog onderwijsconcepten in deze lijst en zou je graag willen weten hoe die met IPC matchen? Laat het ons gerust weten. Wij wisselen graag van gedachte.
 
Op de pagina Curriculum voor het basisonderwijs lees je meer over IPC.

'IPC en Great Learning Nederland helpen jou als leraar of schoolleider om het weer over leren te hebben.'