Wereldburgerschap

Wist je dat er in Singapore een Nederlandse school is die met IPC leert? De Holland International School, in het verleden de HSL, is al sinds jaar en dag een begrip in de Zuid-Aziatische stadstaat.

 
We kunnen ons voorstellen dat het in Singapore een warm bad van internationalisering is, maar hoe leer je kinderen die vaak alleen de tropen kennen over de paddentrek in Nederland? Of over grote namen als Rembrandt en Van Gogh?
 
We zijn heel benieuwd en spraken Jolinda Groothedde, IPC-coördinator van Holland International School. Ze vertelt over wat zij van ons en wij van hen kunnen leren.
 

Kun je iets vertellen over jullie school en jullie ervaring met IPC?

We zijn altijd een Nederlandse school in het buitenland geweest en sinds dit jaar een internationale school, waarbij we naast de Nederlandse stroom ook een Engelse stroom aanbieden. We werken zo’n vijftien jaar met IPC. Daarvan ben ik nu aan mijn zevende jaar als IPC-coördinator aan het werk. In 2013 hebben we de internationale IPC-accreditatie op mastering-niveau behaald.
 
Nederlandse scholen in het buitenland hebben tegenwoordig steeds meer kinderen van verschillende nationaliteiten. Mede daarom verbinden we momenteel het Engelstalige IPC-curriculum met het Nederlandstalige.
 
IPC vormt het framework waarbinnen we het Nederlandse en Engelse curriculum aanbieden. In de Engelstalige, internationale stroom blijft ook het Nederlands vertegenwoordigd als tweede taal, zoals het Engels dagelijks wordt geboden aan leerlingen van de Nederlandse stroom.
 

Hoe divers zijn de culturen in Singapore en op school?

Je hebt in Singapore zelf vijf basisculturen. Dat zijn Chinezen uit China, inheemse Chinezen, Hindoes, Europeanen, Maleisiërs. Ze leven hier naast en met elkaar. Dat is ook de visie van Singapore en dat nemen we als school graag over.
 
Voor elke Internationale feestdag in Singapore heb je bijvoorbeeld één dag vrij. Dus met kerst heb je alleen eerste kerstdag vrij. Met het suikerfeest heb je een dag vrij. Met het Chinese nieuwjaar heb je vrij. Die mix van culturen maakt dat je internationalisering gemakkelijker op de kaart zet en hier aandacht aan kunt besteden. Dit doen wij als school voornamelijk in een assembly en door de school aan te kleden met displays rondom de verschillende internationale feestdagen.
 
Bij de kinderen op school zijn er ook veel verschillende culturele achtergronden. Zo zijn er veel gemixte gezinnen en wordt er Engels gegeven door leerkrachten die uit Engelstalige gebieden overal ter wereld komen.
Juf Jolinda voor de IPC leerwand in Singapore

Jolinda en een leerling bij een leerwand.

 

Hoeveel Engels krijgen de kinderen in de Nederlandse stroom momenteel?

In de onder- en middenbouw drie kwartier per dag en in de bovenbouw een uur. Onze leerlingen kunnen allemaal vloeiend Engels, zowel spreken, lezen als schrijven. De muziekles wordt ook door een Engelse leerkracht gegeven.
 
In Singapore ben je wettelijk verplicht om een bepaald percentage Singaporezen in dienst te hebben. We hebben net als in andere scholen in Singapore een zogenaamde ‘preschool’, voorheen ‘Jip en Janneke’. Dat is wat in Nederland dus de peuterspeelzaal is. Daar hebben we bijvoorbeeld twee juffen, één Nederlandse en één Singaporese. Zij praten in twee talen met de kinderen, Nederlands en Engels.
 

Werken jullie bij de peuterspeelzaal ook met IEYC?

Ja, hier werken we met de Engelstalige versie, zodat ook de leerkracht uit Singapore ermee uit de voeten kan. Laatst was het thema ‘Dinosaurussen’ aan de beurt. De kinderen werden dinodetectives en gingen op zoek naar dino-eieren. Onbewust werken ze dan aan hun ontwikkeling en leren ze de structuur van het leerproces van IEYC en IPC.
 
De kinderen kwamen met het startpunt in de klas en zagen tot hun verbazing dat er hele grote dinosaurusvoetafdrukken in de klas lagen. Hoe groot was die voetstap? Van welke dino kon dat zijn? Waar het klaslokaal eerst alleen voetsporen had, sloten we het thema af met een klaslokaal vol dinospullen. De kinderen gingen naar huis met een dinomasker en een omgebonden dinostaart.
 
Op het moment dat die kinderen met IPC beginnen, herkennen ze de manier van leren meteen. Het leren is bij oudere kinderen natuurlijk wat minder speels, maar de startpunten en afsluitingen blijven een feestje. We hebben de kasten inmiddels vol met spullen van al die jaren. Dat kunnen heel simpel opblaasbare strandballen zijn, maar ook grote Chinese maskers voor de nieuwjaarsviering.
 
We vinden de rijke leeromgeving erg belangrijk, en dan vooral dat die omgeving samen met de kinderen gecreëerd wordt. Zo wordt het betekenisvol. We zijn nu bezig met het thema ‘Schilderijen, foto’s en afbeeldingen’. Je ziet kinderen enthousiaster en enthousiaster worden. “Hee kijk, ons klaslokaal wordt steeds meer een museum.” Of: “Wow kijk, ik heb weer een nieuwe kleur gemengd!” Dat enthousiasme is echt heel aanstekelijk. Daar hou je toch van als leerkracht.
De kleuters op het schoolplein in Singapore

Met de Early Years verkleed op het schoolplein.

 

Daar verder op ingaand, wat is volgens jou de meerwaarde van IPC voor kinderen?

Je hebt steeds één onderwerp dat je vanuit verschillende invalshoeken bekijkt. Kinderen leggen heel makkelijk verbanden. Als je bijvoorbeeld de unit ‘Nederland Waterland’ neemt, dan bekijk je dat op verschillende manieren.
 
Bij geschiedenis leer je over de strijd tegen het water en het aanleggen van dijken. Bij het vak natuur ontdek je welke materialen water tegenhouden. Hoe werkt dat dan? De leerlingen verbinden dat allemaal met elkaar en komen uiteindelijk uit bij de Deltawerken.
 
We hebben ook kinderen die nog nooit in Nederland hebben gewoond. Zij weten niet wat de Deltawerken zijn. Bijna alle begrippen in het IPC-unit ‘Nederland Waterland’ zijn compleet nieuw voor ze. Tegelijkertijd komen er ook kinderen uit Nederland hier op school. Zij woonden bij wijze van spreken bij de Deltawerken om de hoek. Zij weten er al alles van. Het mooie aan IPC is dat je moeiteloos met al die niveaus tegelijk kunt werken.
 
Een kind uit Nederland dat al beheersend is bij de meeste leerdoelen kun je dan uitdagen met vragen als: “Zou zo’n dijk hier in Azië ook werken? Er zijn hier voortdurend overstromingen in Indonesië, Maleisië en Thailand.” Het kind kan daar zelf mee aan de slag en zijn eigen onderzoek doen met behulp van de onderzoekscirkel. Op deze manier werkt hij/zij aan het doel op zijn eigen niveau. Zo zijn er altijd mogelijkheden om kinderen verder uit te dagen.
 
Je houdt ook alle kinderen erbij met de aandacht. Als je werkt met methodes per vak, dan is het veel moeilijker om de verbanden te leggen. Met IPC beginnen de leerlingen zelfs verbanden te zien tussen de thema’s. Dan koppelen ze bijvoorbeeld spontaan een tijdlijn van het ene thema aan een tijdlijn die we eerder gemaakt hebben. “Hee, wacht, maar dat was ook in de tijd dat het vliegtuig uitgevonden werd!”
 

Hoe behoud je de kennis van IPC op school, met het oog op het personeelsverloop?

Dat is zeker een grote uitdaging. We pakken één keer in de zoveel jaar de Bottom Line Nine* er weer bij. Dan kijken we naar het niveau op school op dat moment en besteden we aandacht aan de basis van het curriculum.
* De Bottom Line Nine is het theoretisch fundament onder het leren en werken met IPC.
 
We leren als leerkrachten natuurlijk ook van en met elkaar. Als een leerkracht hier nieuw op school komt, dan krijgt diegene ook de tijd om te wennen. Wennen moet je sowieso al als je het weer en klimaat hier in Singapore niet gewend bent. We koppelen zo iemand aan een ervaren IPC-leerkracht.
 
Het is natuurlijk ook zo dat elke IPC-school een eigen verhaal en visie heeft. Dat hebben wij op de Holland International School ook. Dat is ook iets dat je als nieuwe leerkracht ontdekt. We hebben onze visie in focuspunten geformuleerd en dat is de kern van wat je als leerkracht doet. Ik denk dat daar ook je IPC mee valt of staat.
 
Zo hebben we de 8 persoonlijke doelen aan de schoolregels gekoppeld. Die komen dus dagelijks terug. Ze hangen op de muren. We noemen het op sociale media, in nieuwsbrieven en behandelen het tijdens de afsluiting van een IPC-thema.
 
De 21st century skills zijn voor ons erg belangrijk. Veel kinderen gaan later naar grote internationale scholen. Ze moeten weten hoe ze met bepaalde materialen werken. ICT-vaardigheid is vanzelfsprekend relevant. Onderzoek doen is een belangrijke vaardigheid bij ons op school. Je hoeft echt niet te weten waar alle landen liggen, als je maar weet hoe je ze opzoekt.
 
Het opstellen van een onderzoeksvraag, stellen van een hypothese en hier een conclusie aan verbinden doen we door het toepassen van de onderzoekscirkel. Deze opdrachten voeren we voornamelijk uit in de makerspace. Ook gebruiken we de techniek-design-cirkel regelmatig om te leren en te ervaren hoe je iets kunt ontwerpen. Wij vinden het belangrijk om beide aan te bieden in verband met de doorstroming naar internationaal (voortgezet) onderwijs waar dit veel wordt gebruikt.
 
We maken de kinderen al van jongs af aan vertrouwd met de focusdoelen van onze school en geven deze uitgebreid weer op ons rapport. Voor nieuw personeel geldt, of ze nu wel of geen IPC-ervaring hebben, dat we ze meenemen in de visie van de school en laten zien hoe we lesgeven vanuit de focusdoelen. Deze zijn leidend in ons IPC onderwijs, juist omdat er veel verloop is.
onderzoekscirkel IPC

Bij IPC werken we met een onderzoekscirkel, zo ook in Singapore.

 

Kun je misschien uitleggen wat voor jullie ‘Nederlandkunde’ is?

Het is niet een term die wij per se zo noemen, maar als Nederlandse school in het buitenland heb je een extra uitdaging, iets wat scholen in Nederland niet hebben. In Nederland heb je bijvoorbeeld straatnamen van beroemde Nederlandse schilders. Kinderen gaan naar het museum en zien dan de werken van beroemde Nederlandse schilders. Hier moeten we meer doen om uit te leggen wie Van Gogh, Rembrandt en Vermeer zijn.
 
Bij de kleuters werken we bijvoorbeeld met het thema ‘Beestenboel’, waar allerlei boerderijdieren aan bod komen. Dat zit helemaal niet in de belevingswereld van kinderen in Singapore. Er zijn hier geen boerderijen als in Nederland. Tegelijkertijd weten de leerlingen wel welke apensoorten er zijn en welke slangen gevaarlijk zijn.
 
Als een kind dan eens bij familie in Nederland op bezoek gaat, dan komt het verwonderd terug: ”Er zijn echt koeien in Nederland. Ik heb ze echt gezien, juf.” Of: “Weet je dat de blaadjes aan de bomen in Nederland echt verkleuren?” Het is hier altijd 35 graden, dus zij kennen de seizoenen niet.
 
Mijn dochtertje zag voor het eerst sneeuw toen ze bij opa en oma in Nederland was. Ze zei: “Wow, dit was wat de juf vertelde en nou moet ik een sjaal om.” Of dat ze het in Nederland in huis koud had en wilde dat oma de airco minder koud zetten. Ik moest haar uitleggen dat de verwarming juist hoger moest.
 
Dat is dus dat stukje ‘Nederlandkunde’ dat we de kinderen echt aan moeten leren. We kijken ook elke dag samen naar het Jeugdjournaal, zodat de leerlingen belangrijke begrippen en actualiteiten in Nederland oppikken.
 
Heel veel dingen gaan hier anders dan in Nederland, zoals dat de apen de Sinterklaasslingers stelen of de spullen van de schoonmaker meenemen. Dat is voor de kinderen hier heel normaal, maar voor een Nederlands kind zou dat heel gek zijn. Daar zie je apen alleen in de Apenheul van een afstandje.
 

Heb je een voorbeeld van een IPC-thema dat in Singapore heel anders is?

Bij de IPC unit Chocolade konden we een cacaoboon gewoon buiten planten en laten groeien, want het klimaat is er hier perfect voor. De kinderen houden in de gaten hoeveel water er dan bij moet. Met dat soort voorbeelden is het voor ons juist heel makkelijk om bij de belevingswereld van kinderen aan te sluiten.
IPC-leerling in Singapore tijdens de unit Gebouwen met op de achtergrond het bekende Marina Bay Sands.

IPC-leerling tijdens het thema ‘Gebouwen’ in Singapore met Marina Bay Sands op de achtergrond.

 

Hoe pakken jullie het Nederlandse geschiedenisonderwijs en de bijbehorende kennisdoelen aan in Singapore?

We houden de geschiedeniscanon van Nederland bij de hand. Die kennisdoelen zie je eigenlijk steeds terugkomen bij IPC, zowel in milepost 1, 2 en 3.* Daarom zeg ik altijd tegen leerkrachten: “Je hoeft niet bang te zijn dat je kennis mist.” De VOC bijvoorbeeld komt in meerdere thema’s in diverse groepen terug. Het komt ook weleens bij het Jeugdjournaal aan de orde. En het komt ook ter sprake als je een pak koffie erbij pakt in de klas en daar wat meer over vertelt.
 
Het is denk ik vaak een angst van leerkrachten in het algemeen dat ze een kennisdoel missen. Het is lastig om het los te laten, maar kinderen onthouden veel meer dan je denkt. Zolang ze er maar vaak genoeg mee in contact komen en de gelegenheid krijgen om verbanden te leggen.
 
We hebben bijvoorbeeld alle tijdvakken zichtbaar aan de muren op school. We koppelen soms terug naar voorgaande jaren. Weten de leerlingen van groep 5 nog wat er in de oertijd gebeurde? Als de een het niet meer weet en de ander wel, dan leren ze weer van elkaar. Er is basis genoeg en ze scoren prima op de eindtoets.
*IPC werkt met mileposts. Een milepost beslaat 2 groepen. Milepost 1 is groep 3 en 4, en zo verder.
 

thematisch onderwijs basisschool De verbinding

Basisschool De Verbeelding uit Haarlem pakt het onderwijs groepsdoorbroken, thematisch en vakverbindend aan, met behulp van IEYC en IPC. Dit alles zit verpakt in een duidelijke visie, die vanaf de oprichting van de school in januari 2018 de rode draad vormt.

 

De Verbeelding (website) heeft ook het taalonderwijs aan de IPC-thema’s gekoppeld en de methode losgelaten. Genoeg redenen dus voor een interview. We spraken schoolleider Marjon Weterings.

Het verhaal van basisschool De Verbeelding

De Verbeelding is een relatief jonge basisschool. Wat is jullie verhaal?

In Haarlem-Noord was behoefte aan een nieuwe school. We zagen dat best veel scholen op elkaar leken. Denk aan de vakken los aanbieden, met frontaal, klassikaal onderwijs, in grote groepen met te weinig differentiatiemogelijkheden. Wij wilden dit anders vormgeven.

 

Wij geloven dat het leerproces van kinderen ook op een andere manier gestimuleerd kan worden door gebruik te maken van de natuurlijke nieuwsgierigheid en verwondering van kinderen. We leven in een snel veranderende wereld, waarin meer nodig is dan kennis opbouwen. Denk maar aan de 21ste-eeuwse vaardigheden.

 

We vinden het onder andere belangrijk dat kinderen van verschillende leeftijden van en met elkaar leren. Hierdoor worden de sociale vaardigheden ontwikkeld. Daarnaast willen we aandacht geven aan de persoonsvorming. Vragen als: wie ben ik? Wat kan ik? Wat heb ik nodig in mijn leerproces? staan hierbij centraal. Kinderen op De Verbeelding leren leren met hoofd, hart en handen.

“IPC is geen methode; het is een curriculum en dat ontdekken we steeds meer.”

 

5 kernwaarden

Wij werken waarden-gestuurd vanuit 5 kernwaarden, met respect als basis. Één van onze kernwaarden is verbinding, waarbij de driehoek kind-omgeving-school erg belangrijk is. Dit is ook het logo van de school. We hebben 5 dieren aan onze kernwaarden gekoppeld, deze zijn opgebouwd uit driehoekjes.

 

De andere kernwaarden zijn duurzaamheid, eigenheid, verwondering en vertrouwen. De kernwaarde duurzaamheid heeft zowel betrekking op duurzaam leren als op duurzaam leven.

 

Wat is er nodig om kinderen te triggeren in hun verwondering? En om ze heel bewust met hun leerproces te laten bezig zijn? De antwoorden op die vragen vonden we uiteindelijk in het curriculum van IPC.

kernwaarden de verbeelding

 

Kun je dat nog iets verder uitleggen?

Ik heb de opleiding Assessment for Leaders-opleiding (website) voor schoolleiders pas afgerond en ben daar erg enthousiast over. Ik kwam erachter dat de hele opbouw die wij nastreven ook in IPC zit, met elementen vanuit het cognitivisme en constructivisme. Een voorbeeld is het zichtbaar maken van leren.

 

Je ziet dat leerkrachten IPC en zaken als formatief handelen steeds beter in de vingers krijgen. Dat biedt meer mogelijkheden om zelf het onderwijs te ontwikkelen. Zo hebben we een thema uit milepost 1 aangepast naar IEYC-niveau.* Dat is een ontzettend leuk thema geworden, over de sterren en planeten. Het thema diende als soort van opstapunit naar groep 4 en 5, waar ze alleen maar met IPC werken en meer bezig zijn met formeel leren.

 

*Voor het Jonge Kind bieden we IEYC aan, ook wel: Early Years (website). In groep 3 en 4 leren de kinderen dan met milepost 1 van IPC. In het geval van de Verbeelding wordt milepost 1 door groep 4 en 5 gebruikt. Bij IPC kan dit, omdat je de stof aanpast aan het niveau van je leerlingen.

Een basisschool met thematisch onderwijs

Jullie werken vrijwel ‘methodeloos’ (ook bij taal), welke uitdaging geeft dat?

IPC is geen methode; het is een curriculum en dat ontdekken we steeds meer. Als leerkracht neem je meer een coachende rol aan. Je denkt na over wat een leerling nodig heeft om beter te worden. In het begin waren de leerlingen alleen maar bezig met een leuke activiteit en een bewijsstuk verzamelen. Nu zijn ze bezig met het proces van het leren. Daar draait het allemaal om.

 

Om daar te komen moet je veel loslaten en ook lef hebben. Aan leerkrachten uit een klassiekere setting merk je soms ook de twijfel. Leren de kinderen wat we voor ogen hadden? Terwijl ik dan al zie hoeveel er ongemerkt geleerd wordt. Dat is ook iets wat ik van ouders terugkrijg.

“Binnen een thema zijn de leerkrachten samen verantwoordelijk voor het onderwijs. Daarbinnen heeft iedereen ook nog zijn eigen expertise.”

Wat zeggen ouders en verzorgers over jullie onderwijs?

Tijdens ouderavonden komt er hele mooie feedback. Bijvoorbeeld dat de woordenschat soms verbluffend is voor de leeftijd. Dat komt volgens mij door het thematisch onderwijs op onze basisschool.

 

Leerlingen worden helemaal ondergedompeld in een thema en dat maakt nieuwsgierig, bijvoorbeeld door de onderzoeks- en verwerkingsactiviteiten. Ze leren ongemerkt heel veel. Naarmate ze ouder worden ga je dat steeds meer structureren met het assessment-programma van IPC.*

 

*Het IPC Assessment for Learning geeft de leerkrachten en leerlingen extra structuur bij het formatief handelen.

 

Je noemde al het loslaten, wat doen jullie om deze horde te nemen?

We hebben op onze basisschool collectief gekozen voor IPC, groepsdoorbroken werken en thematisch onderwijs. Dit is wat wij willen en daar willen we naartoe. Dat heeft natuurlijk tijd en middelen nodig.

 

Alle studiedagen die we hebben zijn momenteel gericht op het samen voorbereiden van een thema. Binnen een thema zijn de leerkrachten samen verantwoordelijk voor het onderwijs. Daarbinnen heeft iedereen ook nog zijn eigen expertise.

 

Jullie betrekken ouders en verzorgers nauw bij het onderwijs, hoe doen jullie dat?

We houden geen grote schoolreisjes, maar organiseren meerdere, kleinere excursies. Ouders en verzorgers helpen daarbij. We hebben regelmatig gastsprekers, dit zijn vaak ook ouders. Zo willen we meer de buitenwereld in de school halen en vice versa. Voorafgaand aan elk thema inventariseren we of er kennis en vaardigheden zijn bij ouders of andere bekenden die van pas komen.

 

Met hulp van ouders hebben we bijvoorbeeld tafels gedekt met serviezen uit allerlei landen. We hebben ook een keer een gastles gehad over duiken, verzorgd door een ouder. Er zijn twee tot drie informatiebijeenkomsten, waarin we ouders meenemen in ons onderwijs. Ouders kennen deze manier van onderwijs soms nog niet zo goed. Daarom is dat belangrijk.
thematisch onderwijs basisschool

Een basisschool die taal integreert in het thematisch onderwijs

Hoe koppelen jullie de IPC-thema’s aan het taalonderwijs op jullie basisschool?

We begonnen bij de kleuters met IEYC. Daar hebben we themagerelateerde leesboeken aangeschaft. We misten een overigens een lijst met boeken die allemaal goed verkrijgbaar waren.*

 

*De Great-learning-curricula worden regelmatig geüpdatet. Daarom zijn we samen met collega-scholen erg gebaat bij dit soort feedback. Het curriculum draait niet alleen om verbeteren, het verbetert zelf ook.

 

Bij ons op school vindt de overgang van het informele naar het formele leren geleidelijk plaats, doordat de groepen 1 t/m 3 door elkaar heen werken binnen een unit. Kleine kinderen leren taal vooral via prentenboeken, verhalen en spelend/onderzoekend.

“Je kunt veel meer differentiëren en het kind op een eigen niveau laten ontwikkelen.”

De thema’s van IEYC vormen steeds de leidraad. Kinderen worden ondergedompeld in taal en dan zijn ze al vrij snel bezig met teksten, altijd gekoppeld aan het centrale thema. Ook als ze iets gemaakt hebben, dan staat daar altijd een tekst onder van de leerkracht, die hen stimuleert om te vertellen.

 

We maken het leren zichtbaar en hangen het op en/of verzamelen gemaakt werk in een portfolio. Dat is iets waar ze trots op zijn. We koppelen de verwerkingsopdrachten taal aan de leerplaatsen van IEYC.* De informatieplaats en het atelier bevinden zich in de ruimte waar ook de taalinstructie voor de kinderen van groep 3 plaatsvindt.

 

De kinderen van groep 1 en 2 kunnen dan ook in die speelplaats zijn. Zij doen hun eigen ding en de nieuwsgierigen luisteren misschien al een beetje mee met de kinderen van groep 3. Een ander voorbeeld is dat de kinderen van groep 3 in de verwerkingsactiviteit een bordje ontwerpen, dat wijst naar waar het tuincentrum is. Naarmate de kinderen verder in groep 3 komen, wordt de verwerking per activiteit steeds langer en uitdagender.

 

*Met IEYC richt je 6 vaste speelleerplaatsen in voor verschillende, doelgerichte speelleeractiviteiten.

 

Wat vinden leerkrachten van de integratie van taal in het thematisch onderwijs?

We zijn gestart met een topper van een leerkracht. Zij had de methode-manier al voor een groot deel los gelaten. Deze manier van werken zorgt voor een geleidelijke overgang naar formeel leren. Op andere scholen gaat het roer helemaal om tussen groep 2 en 3. Het plezier is dan bij veel kinderen weg. Dat geldt niet voor alle leerlingen overigens, maar wel voor een aanzienlijke groep.

 

Inmiddels hebben we ook nieuwe leerkrachten. Die moesten in begin even wennen, maar vinden het nu ontzettend leuk. Je kunt veel meer differentiëren en het kind op een eigen niveau laten ontwikkelen. Het ene kind maakt een paar woordjes. Het andere kind wil juist heel veel woorden maken en ziet steeds nieuwe mogelijkheden. Dat kan veel beter binnen thematisch onderwijs. Natuurlijk blijft het belangrijk om vanuit de leerlijnen het aanbod vorm te geven binnen de thema’s.

“Bij ons op school vindt de overgang van het informele naar het formele leren geleidelijk plaats.”

Hoe integreren jullie taal vanaf groep 4?

In groep 4, 5, 6 hebben we in principe dezelfde aanpak. Vanuit de leerlijn taal bedenken de leerkrachten opdrachten die gericht zijn op het thema. Zij gebruiken hierbij ook de taalkast van ‘Taal Doen’. Voor spelling hebben we een compacte methode erbij genomen, ‘Spelling in beeld’. Ook in de bovenbouw werken de kinderen veel met eigen teksten en themaboeken.

 

In MijnRapportfolio (website) hebben we de leerlijnen van taal in kindertaal gezet, zoals dat ook bij de grote vaardigheidsdoelen van IPC gaat. Kinderen weten aan welk doel ze werken. Ze verzamelen bewijsmateriaal. In tegenstelling tot groep 3 zijn ze dus iets bewuster met het doel bezig. In groep 3 staat een doel ook centraal, maar minder formeel.

 

taal en ipc
(c) De Verbeelding
regulier en speciaal onderwijs

Basisschool OBS De Esdoorn met regulier onderwijs en Lichtenbeek Elst met speciaal onderwijs werken al 12 jaar succesvol samen. De kinderen van beide scholen zitten in hetzelfde gebouw en leren geregeld samen. Dat maakt ons ontzettend benieuwd naar deze bijzondere samenwerking.

 
We schuiven op een mooie, zonnige dag aan voor een interview. We spreken Linda van Raaij, teamleider van Lichtenbeek Elst en Els Leenders directeur van De Esdoorn.

De samenwerking tussen regulier en speciaal onderwijs

In de zomer van 2010 startte de samenwerking ‘Samen leren in de Betuwe’. Het is een initiatief van OBS De Esdoorn, De Onderwijsspecialisten Lichtenbeek en zorginstelling de Driestroom. Het streven was én is om de kinderen met een verstandelijke beperking gewoon in Elst naar school te laten gaan. “Wanneer de kinderen 4 à 5 waren moesten ze elke dag met een busje naar het naburige Arnhem of Nijmegen”, legt Els uit.
 
Het begon met een pilot en groeide al snel uit naar 12 leerlingen, die gewoon in hun woonplaats naar school konden. De samenwerking met het reguliere onderwijs bestond toen nog uit korte integratiemomenten.
 
“Op een gegeven moment deed de mogelijkheid zich voor om leerlingen vanuit het speciaal onderwijs enkele dagdelen aan een reguliere groep te koppelen”, zegt Els. “We hebben een ouderavond georganiseerd en veel ouders stonden er voor open.” Zo kreeg de integratie van regulier en speciaal onderwijs steeds meer vorm.
 

IPC en het speciaal onderwijs

Met de verder gaande integratie kwamen de kinderen van het speciaal onderwijs ook in aanraking met IPC. “Al snel merkte ik dat IPC ook voor kinderen met een verstandelijke beperking veel goede dingen in zich heeft”, zegt Linda.
 
Ook moeilijk lerende kinderen kunnen hun voordeel doen met IPC. Linda legt uit dat IPC de nadruk legt op visuele ondersteuning. Het leerproces is duidelijk verdeeld in verschillende fasen. Die zijn goed te volgen voor alle kinderen. “Een herkenbare structuur werkt heel erg goed, ook bij het leggen van verbanden. Onze kinderen hebben een beperkt werkgeheugen, met een IQ tussen de 50 en 65”, zegt Linda. “Je moet hen helpen met het zien van verbanden. Dat doe je vaak door het visueel te maken.”
 

Collega’s bereiden samen het onderwijs voor

De collega’s van Lichtenbeek Elst en OBS De Esdoorn bereiden samen hun thema’s voor. “We kiezen samen concrete leerdoelen, daarna komt voor ons de vertaalslag”, merkt Linda op. De leerlingen van het regulier en speciaal onderwijs werken in principe aan dezelfde doelen.
 
In sommige gevallen zijn daarvoor enkele aanpassingen nodig. Linda vertelt: “Bijvoorbeeld voor het doel: ‘Ik herken een geluid en kan op de plattegrond (van een huis) aanwijzen waar het hoort’. Dat is te moeilijk voor de kinderen van het speciaal onderwijs. Vervang je de plattegrond door een foto, dan lukt het wel.” Met dit soort kleine aanpassingen werken de kinderen toch samen aan hetzelfde leerdoel.

“We hopen anderen te inspireren om hetzelfde te doen, zodat kinderen met en zonder beperking samen opgroeien en weten dat iedereen er mag zijn.”

De praktische samenwerking tussen regulier en speciaal onderwijs

Hoe ziet een schoolweek voor de kinderen van Lichtenbeek Elst er uit? Wanneer werken ze samen met de kinderen van De Esdoorn? Linda zegt: “De leerlingen van 4, 5 en 6 jaar zitten 2 ochtenden in de week bij de Early Years van De Esdoorn. Ze functioneren daar net als ieder ander kind met de IPC-manier van denken.” Goed om te weten: Early Years of IEYC is het jongere broertje/zusje van IPC, en is geheel ontwikkeld voor de behoeften van het Jonge Kind, waarbij lerend spelen centraal staat.
 
“Op het moment dat de kinderen van het speciaal onderwijs meedraaien in de kleutergroep, gaat er ook een leerkracht of onderwijsassistent mee. Dan heb je meer handen in de klas”, voegt Els toe. In sommige gevallen verdelen beide scholen een samengevoegde klas over twee lokalen. Zeker als de groepen tegen het einde van het schooljaar erg groot worden. De kinderen zitten tot en met groep zes samen in de klas, daarna wordt het niveauverschil vaak te groot.

De kinderen plukken de vruchten van de samenwerking

Wat leren de kinderen van het speciaal onderwijs van kinderen in het regulier onderwijs? En vice versa? Linda vertelt: ”Bij de leerlingen van het speciaal onderwijs is er in principe minder zelfstandigheid. Je hebt allerlei manieren en werkvormen nodig om ze op gang te helpen en te houden. Op het moment dat de kinderen in het regulier onderwijs meedoen, nemen zij het onbewust van ons over.”
 
Wanneer de kinderen van beide scholen samen leren ontstaat er een bijzonder iets. “Daar kunnen wij als leerkrachten echt niet aan tippen”, zegt Linda. “De kinderen kijken, ze imiteren en worden door leeftijdsgenoten op sleeptouw genomen. Er is een hele rijke leeromgeving, ook in combinatie met IPC.”
 
Het samen leren levert bijzondere resultaten op. Els zegt: “Ze worden meegetrokken door het niveau. Er is een rijker taalgebruik, met meer woordenschat. Het gaat allemaal onbewust.”
 
Vol enthousiasme weten Els en Linda het ene na het andere voorbeeld te geven. Zo was er een autistisch meisje dat normaliter moeite had met volzinnen. Toen ze samen met de kinderen van De Esdoorn in de klas zat, begon ze opeens in volzinnen te praten. Het spreekt voor zich dat Lichtenbeek Elst voorzichtig met hun kinderen omgaat. Linda legt dat verder uit: ”Het is soms moeilijk te voorspellen wat een andere omgeving met een autistisch kind doet, maar het voorzichtig proberen kan heel waardevol zijn.”
 

En vice versa

Ook kinderen van De Esdoorn plukken de vruchten van de samenwerking. Els vertelt: “We hebben weleens leerlingen met licht autisme of leerlingen die in groep 3 niet zo goed mee kunnen. Dan is het heel fijn om met leerkrachten van Lichtenbeek Elst in gesprek gaan. Hoe doen jullie dat? Wat kunnen wij daarvan leren?” Linda haakt in: “We kunnen dan eens meekijken in de klas of materialen uitlenen. Leerlingen kunnen ook bij ons in de klas meedoen.”
 
OBS De Esdoorn kent de laatste jaren weinig tot geen doorverwijzingen naar het speciaal onderwijs, omdat ze alle expertise bij de hand hebben. Dat geeft de school een diverse populatie leerlingen. De kinderen van De Esdoorn leren mede daardoor dat niet iedereen hetzelfde is.
 
Ze groeien op zonder de vooroordelen die elders in de maatschappij wel leven. Linda onderstreept dat: “Als ik op verjaardagen vertel dat kinderen in het speciaal onderwijs leren lezen, dan krijg ik nog steeds verbaasde reacties. Leren zij lezen dan?! Het is één van de vele vooroordelen over kinderen met een verstandelijke beperking.”
 
Linda vervolgt: “Ik hoop dat we met deze samenwerking tussen het regulier en speciaal onderwijs een bescheiden verandering teweeg kunnen brengen. We willen anderen te inspireren om hetzelfde te doen, zodat kinderen met en zonder beperking samen opgroeien en weten dat iedereen er mag zijn.”

“Op het moment dat de kinderen in het regulier onderwijs meedoen, nemen zij het onbewust van ons over.”

Nog te weinig samenwerking tussen regulier en speciaal onderwijs

Hoewel De Esdoorn en Lichtenbeek Elst erg enthousiast zijn, wordt er landelijk gezien nog maar mondjesmaat samenwerkt tussen regulier en speciaal onderwijs. Wat zijn daarvan de redenen? Linda zegt: “We horen vaak dat kinderen met een beperking en kinderen zonder toch geen vrienden met elkaar worden. Maar dat hoeft ook helemaal niet. Samen opgroeien is al heel waardevol!”
 
In het speciaal onderwijs zijn scholen vaak zelf nog erg beschermend over hun leerlingen. “Het probleem is dat we ze kwetsbaar houden wanneer we ze helemaal afschermen. Dan blijven het die kinderen die elke dag opgehaald worden met een busje en waar je niet zoveel vanaf weet”, aldus Linda.
 
Els vertelt: “We hebben weleens broertjes en zusjes op beide scholen, de één in het speciaal onderwijs en de ander in het regulier. Als ze samen met hun ouders door het dorp wandelen, dan worden beide kinderen begroet en herkent. Hoe mooi is dat? Dat zijn kleine dingen, die stiekem heel groot zijn. Het is belangrijk voor zowel de ouders als hun kinderen.”
 

Wat zijn de uitdagingen bij een samenwerking?

De samenwerking tussen beiden scholen in Elst geeft ook uitdagingen. “Maar dat is ook niet meer dan logisch”, merkt Linda op. Waar moeten we dan aan denken? Els zegt: “De ene leerkracht heeft er een heel natuurlijk gevoel bij. Het gaat bijna vanzelf. Voor een andere leerkracht blijft het lastig. Daar hebben we gesprekken met elkaar over. In sommige gevallen gaat zo iemand aan de slag bij een andere school binnen de stichting. Die verschillen zijn er en dat is helemaal prima.”

Boodschap voor andere (IPC-)scholen in Nederland

OBS De Esdoorn en Lichtenbeek Elst geven regelmatig lezingen over hun samenwerking. Dat doen ze zeker niet om zichzelf op de borst te kloppen. Hun missie is anderen inspireren hetzelfde te doen.
 
Els vertelt ten slotte: “Wij zouden zo graag willen dat andere IPC-scholen hier ook mee experimenteren. Denken in mogelijkheden. Je hoeft niet meteen grote beleids- en meerjarenplannen te maken. Je moet het gewoon doen. Zie het als een pilot. Als het werkt, kun je een volgende stap zetten.”
 

Meer over het regulier en speciaal onderwijs in Elst?

Wil je meer weten over deze samenwerking tussen regulier en speciaal onderwijs? Kijk dan ook eens naar deze informatieve video, waarin meer verteld wordt over de samenwerking tussen beide scholen.
 
Dit interview is onderdeel van een tweeluik. OBS De Esdoorn is namelijk ook de eerste school in Nederland die met het Nederlandstalige IPC-curriculum werkt. Daarover gingen we met Els verder in gesprek in dit interview.

OBS De Esdoorn Elst

OBS De Esdoorn uit het Gelderse Elst werd in 2006 de eerste school in Nederland die met het Nederlandstalige IPC-curriculum startte. Er waren op dat moment al wel internationale scholen die met de Engelstalige variant werkten.

 
Directeur Els Leenders zwaait deze zomer af voor haar pensioen. Ze stond een kleine tien jaar aan het roer in Elst. Alle reden natuurlijk om van haar ervaringen te horen (en te leren!)

Hoe OBS De Esdoorn zich steeds weer opnieuw uitvond

De Esdoorn (website) werkte al met IPC toen Els aangesteld werd. Hoe kwamen ze bij elkaar? “IPC was één van de redenen om bij deze school te solliciteren. De manier van werken sprak me erg aan. Op mijn oude school werkten we al ‘IPC-achtig’. Er was integratie van de zaakvakken en we gingen uit van een ontwikkelingsgerichte onderwijsgedachte. Dat was overigens bij IKC de Appelhof in Druten. Inmiddels werken ze daar ook met IPC.”

“We wilden ouders en verzorgers de ontwikkeling van hun kind laten zien en niet een cijferlijst.”

Belangrijke uitdagingen voor De Esdoorn

Het voordeel van de eerste zijn is dat je een brok aan ervaring hebt. Toch loert altijd de wet van de remmende voorsprong. Els beaamt dat: ”Zo rond 2016 en 2017 hebben we het werken met IPC opgefrist. Zo was het formatief handelen van IPC nog niet voldoende verweven met ons onderwijs. Het werken met doelen voelde nog wat onwennig”
 
Hoe los je dat als school op? Els zegt: ”We zijn eigenlijk een soort van opnieuw begonnen, alsof we een nieuwe IPC-school waren. Onder begeleiding van IPC-trainer Philippe zijn we toen bij de basis begonnen en hebben dat verder uitgebouwd. Het traject duurde vier jaar.”
 
“Een andere verbetering van het onderwijs op De Esdoorn was dat het online portfolioprogramma MijnRapportfolio op ons pad kwam. We wilden ouders en verzorgers de ontwikkeling van hun kind laten zien en niet een cijferlijst. Dat streven blijft een worsteling. Veel ouders of verzorgers verwachten vaak toch nog die klassieke rapportcijfers. En opa en oma willen die euro kunnen geven, voor een lijst met mooie cijfers.”

“Het is goed om te beseffen dat IPC meer biedt dan alleen thematisch onderwijs.”

Van schoolreisjes naar excursies en activiteiten

Zijn er nog andere manieren waarop OBS De Esdoorn zichzelf met IPC opnieuw uitvond? Els vertelt: ”Toen ik pas begon op school waren er nog traditionele schoolreisjes. Dat is eigenlijk echt iets van vroeger. Het stamt uit een tijd dat kinderen met het gezin nog niet zo vaak op pad konden. Tegenwoordig maakt een schoolreisje naar de Efteling niet meer het verschil. Met ouders en vriendjes komen de meeste leerlingen daar ook wel.”
 
De financiële middelen van de schoolreisjes op De Esdoorn worden nu gebruikt voor de startpunten van de IPC-thema’s. Het startpunt is de eerste stap in het leerproces van IPC. Het is niet zozeer bedoeld om meteen nieuwe dingen te leren, maar meer als een manier om de kinderen enthousiast te maken. Je creëert betrokkenheid bij een thema en je wekt interesse voor wat komen gaat.
 
Els legt uit hoe dat er ongeveer uitziet: ”Onze leerkrachten bedenken zelf een activiteit die past bij het thema dat komen gaat. Bij het thema ‘Dinosaurussen’ zijn we bijvoorbeeld naar het Brabantse Oertijdmuseum geweest. De reis gaat niet altijd ver weg. Zo hebben we ook eens een klimtoren naar Elst toe gehaald.”
 
“Voor het thema ‘Schilderijen, foto’s en afbeeldingen’ zijn we met de bus naar het Rijksmuseum geweest. Dat kan gesubsidieerd momenteel. Dichter bij huis kun je bijvoorbeeld het Valkhofmuseum in Nijmegen bij het onderwijs betrekken.”

Betrokkenheid van ouders en personeel bij OBS De Esdoorn

Net als andere scholen is er bij De Esdoorn in Elst regelmatig contact met de ouders en verzorgers van de leerlingen. Iedere school is in principe vrij om met IPC een eigen visie hierop te volgen. We bevelen het wel warm aan om ouders en verzorgers te betrekken. Het stimuleert het leren bij kinderen. Door erover te vertellen ontstaan er nieuwe inzichten en beklijft kennis beter. Kinderen voelen zich trots en gesteund. Dat zijn belangrijke factoren om goed te leren.
 
Bij De Esdoorn geven ouders geregeld een gastles, wanneer hun beroep of expertise aansluit bij het thema waar de kinderen op dat moment aan werken. Els vertelt dat de corona-pandemie uiteindelijk wel zaken veranderd heeft.
 
“Tijdens corona konden we ‘s ochtends geen ouders binnenlaten. Dat gebeurde daarvoor wel. Na de pandemie, komen we erachter dat er ook voordelen aan zitten. Zo kunnen de kinderen om half 9 meteen aan de slag en is er meer rust in de school. In plaats daarvan zijn ouders en verzorgers nu van harte welkom om na schooltijd een kijkje te nemen,” zegt Els. “We hebben ook een klassen-app waarin het leren regelmatig met de ouders gedeeld wordt. Dat bevalt erg goed.”

“Je niveau van werken met IPC monitor je eigenlijk continu.”

Personele wisselingen en je visie vasthouden

Het op peil houden van je visie op leren op school valt niet te onderschatten. Door de tijd heen zullen er altijd personele wisselingen zijn. In het geval van De Esdoorn is dat extra relevant, omdat de school de laatste jaren enorm gegroeid is. Els onderschrijft dat en geeft aan dat er bij sollicitatiegesprekken al rekening gehouden wordt met de visie van de school, waarbij de IPC-manier van leren een heet hangijzer is.
 
Scholen die met IPC werken hebben IPC-coördinatoren. Zij nemen het voortouw als het om IPC gaat. Daarmee zijn ze een belangrijke schakel bij het op peil houden van de visie op het onderwijs. “We hebben nu twee IPC-coördinatoren en één bij het speciaal onderwijs van Lichtenbeek Elst”, zegt Els. “Je niveau van werken met IPC monitor je eigenlijk continu. Kloppen de leerwanden? Houden we de leerdoelen in het oog? Kortom, zijn we nog wel echt met leren bezig?”

Wat kunnen andere scholen van IPC verwachten?

Els vervolgt: “Als je uitgangspunt is dat je als school meer thematisch wilt werken, dan is IPC een hele goede optie. Er zijn natuurlijk ook andere curricula en methodes die dan in aanmerking komen. Het is goed om te beseffen dat IPC meer biedt dan alleen thematisch onderwijs. Het is ook een visie op leren. Een way of life. Het gaat over stap voor stap beter worden en leren hoe dat moet.”
 
“Dat komt niet vanzelf aanwaaien. Deze manier van onderwijs kost leerkrachten meer voorbereiding dan als je de werkboekjes van een methode volgt. Door met een heel team een thema voor te bereiden besparen we tijd. Iedereen heeft zijn of haar expertise.”
 
“We hebben bijvoorbeeld een leerkracht met een achtergrond in de kunst. Zij gaat komend schooljaar bij alle groepen meedenken en ondersteunen tijdens de voorbereidingen van het vak kunstzinnige vorming. Zij wordt daar ontzettend blij van en andere leerkrachten nemen we werk uit handen.”
 

Meer lezen over De Esdoorn uit Elst?

Dit interview is onderdeel van een tweeluik. In het andere artikel lees je hoe De Esdoorn als reguliere basisschool samenwerkt met het speciaal onderwijs van Lichtenbeek Els. Dit bijzondere initiatief is een waardevolle toevoeging voor de leerlingen van beide scholen.

primair en voortgezet onderwijs

Hoe primair en voortgezet onderwijs kunnen samenwerken? In Apeldoorn weten ze het wel. Op de Parkenschool werken ze met IPC voor het basisonderwijs. Één deur verder ligt het KSG Wereldcollege en daar werken ze met IMYC voor het voortgezet onderwijs.

 

Primair en voortgezet onderwijs slaan de handen ineen

De twee curricula zijn beide onderdeel van de doorgaande leerlijn van Great Learning. Dat bracht de scholen op het idee om de koppen eens bij elkaar te steken. En dat leverde een inspirerende samenwerking op, zowel op visie als in de praktijk.
 
We zijn natuurlijk hartstikke benieuwd naar hoe dat precies zit. Namens de Parkenschool spraken we IPC-coördinator en leerkracht Joyce Kleverwal. Annemarieke Roelevink (docent kunst en IMYC-coördinator) en René de Waard (afdelingsleider onderbouw) vertelden ons de KSG-kant van het verhaal.

“Wij hebben op de Parkenschool kinderen die heel bewust voor de doorgaande lijn van IPC en IMYC kiezen.”

Wat is de voorgeschiedenis van IPC en IMYC op jullie scholen?

Joyce: ”We zijn bij de Parkenschool al een jaar of vijf met IPC aan het werk. Ik heb ook een zoon die op de KSG zit. En zodoende wist ik dat zij met IMYC begonnen. Daar kennen we elkaar dus van.”
 
René: ”Tweeënhalf jaar geleden begonnen we bij de KSG met het onderwijs opnieuw te ontwikkelen. We wilden dat leerlingen meer leerden over andere talen en culturen. En daar is het Wereldcollege uit ontstaan. Op onze zoektocht naar de invulling ervan, kwamen we bij IMYC uit. We hebben op basis van IMYC een eigen leercyclus ontwikkeld. Elk leerjaar staan er drie IMYC-thema’s en een schooleigen thema op het programma.”
 
Annemarieke: ”Ik ondersteun bij de startpunten en afsluitingen van de thema’s. Ik ben erg enthousiast over IMYC. We zitten nog in een fase waarbij we het meemaken ervaren en kijken naar waar we heen willen.”
 

Welke behoeften lagen aan de basis van de samenwerking?

Joyce: ”Ik hoorde in mijn tijd als groep 8-leerkracht best vaak dat kinderen die naar het voortgezet onderwijs gingen het onderzoekende karakter van IPC misten. Toen ik hoorde dat de KSG met IMYC ging werken heb ik René meteen een berichtje gestuurd. Wij werken met IPC en onze scholen zitten letterlijk naast elkaar. Hoe tof zou het zijn als we iets voor elkaar konden betekenen?”
 
“Ik denk namelijk dat er echt een overlap is waar leerlingen iets aan hebben. Je gaat naar de grote middelbare school, maar er is tegelijkertijd ook nog herkenning en houvast door de manier van werken. Binnen een uur had ik een berichtje terug van René. We waren beiden enthousiast over de manier van leren. Daar kwamen al heel snel ideeën uit voort over wat we samen konden doen.”
 
René: ”De onderwijsorganisatie waarbij de KSG hoort, bestond op een gegeven moment tien jaar. In het kader daarvan werden een aantal kinderen geïnterviewd. Wat vonden ze het leukste op school? IPC. En toen dacht ik al: als er zoiets voor het voortgezet onderwijs is, dan zou dat heel goed bij ons kunnen passen.”
 
“We waren al een school die veel deed met internationalisering. Denk aan op uitwisseling gaan en op kamp in het buitenland. Toch was dat nog te beperkt naar onze smaak. We wilden meer talen en culturen op school. Het tweetalige onderwijs is uitgebreid naar de brugklas havo/vwo en dat trekken we komende jaren door naar mavo/havo. Er wordt ook Spaans aangeboden. Maar we wilden nog meer en daar voorzien internationale thema’s in.”
 
“Wat ik uiteindelijk heel prettig vond toen IMYC op ons pad kwam, is dat je de ruimte krijgt om je eigen draai eraan te geven. Je kunt je eigen filosofie in het onderwijs terug laten komen. Het is geen programma dat je één op één overneemt.”
 
“Toen Joyce contact opnam zijn we gaan kijken hoe je de leerlijnen daadwerkelijk laat doorlopen. We hebben veel ideeën. Sommigen laten in de uitvoer nog even op zich wachten door corona. Wat het al wel heeft opgeleverd is bijvoorbeeld een conceptidee voor een 10-14-school in Apeldoorn. Er is inmiddels ook contact met andere IPC-basisscholen om te kijken of we een regionale community op kunnen zetten.”
 
Joyce: ”De samenwerking vindt niet eens zozeer op organisatieniveau plaats. We kijken juist heel praktisch naar hoe we onze kinderen zo breed mogelijk kunnen laten leren. Hoe fijn is het voor brugklassers dat ze nog even terug kunnen af en toe? En waarom kunnen kinderen in groep 7 en 8 niet al iets halen in voortgezet onderwijs?”
 
René: “Ik vermoed dat er best wat samenwerkingen po-vo zijn, maar die zijn meer op werving van leerlingen gericht. Ons motief is leerlingen en collega’s inspireren om het onderwijs steeds beter vorm te geven. Hoe zorg je ervoor dat de motivatie van leerlingen groter wordt in plaats van minder?”

“We zijn als personeel eigenlijk net zo aan het onderzoeken als we willen dat de leerlingen doen.”

Hoe zit jullie samenwerking tussen primair en voortgezet onderwijs in praktische zin in elkaar?

Annemarieke: “We hebben bijvoorbeeld het IMYC-thema ‘Feesten’ gekoppeld aan het IPC-thema ‘Mythes en legendes’.* Om te beginnen hebben we een gezamenlijk startpunt ontwikkeld voor kinderen van groep 7 en 8 en de brugklas. We wilden de afsluiting van de unit op soortgelijke wijze aanpakken, maar corona heeft helaas roet in het eten gegooid. We ontdekten dat de leerlingen hun aandeel in de voorbereidingen heel goed oppakten.”
 

*Zowel scholen van IPC als IMYC werken met centrale thema’s. Elk thema duurt een x-aantal weken en in die periode draait alles op school om het thema. Dat betekent ook dat de schoolvakken steeds vanuit hun eigen perspectief naar het thema kijken en dat er volop verbanden gelegd worden. Je plant de thema’s zo dat ze kerndoeldekkend zijn.

 

Jullie zijn anderhalf jaar op weg bij de KSG. Wat is tot dusver de meerwaarde van IMYC?

Annemarieke: “Het thematische werken in het voortgezet onderwijs maakt dat docenten uit hun eigen lokalen komen. In het basisonderwijs gebeurt dat natuurlijk veel meer vanzelf. Leerkrachten zoeken de verbinding en inspireren elkaar. Dat was in het begin wennen, maar gebeurt nu steeds meer. Er is daardoor meer reuring in de school. Alles draait om het thema en de leerlingen zien meer de verbanden. Dat is vooralsnog het grote winstpunt.”
 

Wat kan de Parkenschool bij KSG halen en vice versa?

Joyce: ”Je kunt op beide scholen soortgelijke thema’s naast elkaar plannen. Dankzij de samenwerking kunnen onze leerlingen meer verdieping zoeken bij de KSG. Bijvoorbeeld: wij hebben een handvaardigheidslokaal, maar in Annemariekes lokaal op de KSG is er nog veel meer mogelijk. Er zijn kinderen die dat fantastisch vinden en allerlei mogelijkheden zien. Maar er zijn ook kinderen die dat ingewikkeld vinden en liever teruggaan naar de basis. Dat kan dan in een kleinere omgeving op de Parkenschool, waar we misschien wat praktischer denken”
 
“We hebben ook plannen voor gastlessen. Zo zou je bijvoorbeeld een geschiedenisdocent van de KSG kunnen uitnodigen voor een bepaald onderwerp in de geschiedenisles. Niet elke leerling zal daar klaar voor zijn, maar er zijn ook genoeg leerlingen die dat onwijs tof vinden. Je ziet dat kinderen ook veel meer koppelingen maken, doordat het niet alleen vanuit de eigen school aan bod komt.”
 
René: “In het basisonderwijs zie je bijvoorbeeld hartstikke mooie leerwanden, waarop leerlingen informatie delen en laten zien hoe ze iets geleerd hebben. Iedereen kan er vanuit zijn eigen perspectief mee aan de slag. Daar kunnen wij van leren.”
 
“Wat ook leerzaam is, is dat de Parkenschool al een stuk langer met IPC werkt. Zo kunnen we bij hen kijken waar ze na enkele jaren mee bezig zijn. Wat zijn dan de uitdagingen waar je voor staat? Klopt het nog wat je doet? Zo hebben we besloten om hier geen IPC- maar een IMYC-coördinator (Annemarieke) aan te stellen, waarmee we ervoor willen zorgen dat we IMYC stevig inbedden.”*
 

*De IPC-coördinator is de kartrekker van IPC binnen de school en onderhoudt de contacten met de IPC-trainer. Hij/zij helpt het schoolteam om IPC beter te gebruiken en ziet welke stappen er te maken zijn in de ontwikkeling van de school. We bieden een coördinatorenopleiding aan voor iedereen die zich wilt ontwikkelen als IPC-coördinator.

 

Wat zijn de uitdagingen in de samenwerking tussen primair en voortgezet onderwijs?

René: “Het is een uitdaging om ervoor te zorgen dat bij iedereen het kwartje valt. Waarom is het waardevol wat je doet? Mensen voelen bijvoorbeeld dat ze meer willen samenwerken en daarin weten we elkaar steeds een beetje beter te vinden. Een uitdaging is om hierin de juiste modus te vinden. Dit geldt ook voor het elkaar vasthouden en niet opgeven. Een heldere visie helpt hierbij. Tot slot stelt voortschrijdend inzicht je voor uitdagingen. Dit geldt bijvoorbeeld voor wiskunde. Daar was in eerste instantie geen ondersteuning voor vanuit IMYC, maar inmiddels wel.* Het is een uitdaging om wiskunde alsnog aan te laten sluiten.”
 

*Na de lancering van IMYC ontstond al snel behoefte aan IMYC Wiskunde. Hoe vertaal je de abstracte, wiskundige wereld in het thematische leren? Uiteindelijk is dat minder moeilijk dan je denkt, want wiskunde komt overal in terug. Niet alleen in vakken als techniek en natuurkunde, maar zeker ook in taal- en kunstvakken. Op het moment van schrijven heeft ongeveer de helft van de IMYC-thema’s materialen voor wiskunde en er volgen er nog meer, dankzij een bevlogen ontwikkelteam.

 
Joyce: “Toen we begonnen met IPC was ik groep 8-leerkracht. Ik heb geen moment gedacht dat IPC niet zou aansluiten op het voortgezet onderwijs. Maar je staat wel voor de uitdaging om dat uit te leggen aan ouders en verzorgers. We hadden bijvoorbeeld geen toets meer voor topografie, maar in plaats daarvan leerden we waardevollere vaardigheden, waar je uiteindelijk in het voortgezet onderwijs veel meer aan hebt.”
 
“Je hoeft ook niet per se op de klassieke manier te toetsen om te merken dat de kennis wel degelijk aanwezig is. Bij het thema ‘Chocolade’ onderzoeken leerlingen zelf wat chocolade is, waar het vandaan komt en waar de cacaoplantages liggen. Ze onthouden de topografie veel beter, dan wanneer ze een hoofdstad uit hun hoofd moeten leren voor een toets. Het is een andere manier van denken en kijken. Dat moet je ouders en verzorgers vertellen. En je moet inzien dat kinderen het zelf kunnen en veel meer leren dan je zou denken.”
 

Wat zijn jullie ervaringen met de doorstroom van leerlingen van de Parkenschool naar de KSG?

 
René: ”We hebben in de brugklas leerlingen afkomstig van meerdere IPC-scholen in de regio Apeldoorn gevraagd naar feedback op onze activiteiten. Dat hebben we meegenomen in de ontwikkeling voor jaar 2 op onze school. Annemarieke is daar nog een stapje verder in gegaan door kinderen vooraf te betrekken. Hebben ze bijvoorbeeld nog ideeën voor de collectieve afsluitingen van het thema?”
 
“We merken dat wat we doen en wat we vertellen, effect heeft. Er vragen meer kinderen informatie aan voor onze school. Het spreekt aan. Kinderen die IPC kennen, vinden aansluiting bij ons. Dat neemt niet weg dat kinderen zonder IPC-achtergrond ook heel enthousiast worden. Een sterke visie op leren is uiteindelijk het belangrijkst, ook voor de aanwas van nieuwe leerlingen”
 
Annemarieke: “De kinderen weten doorgaans heel goed wat ze willen. Dat ervoeren we bijvoorbeeld tijdens de open dag. Het gaat niet alleen om sfeer; kinderen zijn heel bewust bezig met hoe ze graag leren.”
 
Joyce: ”Wij hebben op de Parkenschool kinderen die heel bewust voor de doorgaande lijn kiezen. Momenteel zijn er al twee kinderen in groep 8 die naar de KSG willen, vanwege IMYC. Hoewel niet de intentie van onze samenwerking is het een onbedoeld gevolg.”

“Een sterke visie op leren is uiteindelijk het belangrijkst.”

Willen jullie tot slot nog iets meegeven aan de lezers?

René: ”Samen maak je de school. Het is daarom belangrijk om naar elkaar te luisteren, in gesprek te blijven en vanuit een heldere visie op leren het onderwijs door te ontwikkelen.”
 
Annemarieke: “Vergeet niet van het proces te genieten. Er ontstaat namelijk veel beweging op school. We zijn als personeel eigenlijk net zo aan het onderzoeken als we willen dat de leerlingen doen.”
 
Joyce: “Bij de Parkenschool zien we vergelijkbare ontwikkelingen. Samen groeien betekent bijvoorbeeld ook dat je soms een stap op de plaats moet maken. Zo hakt twee jaar corona er voor veel leerkrachten in. De één is misschien weer heel snel op weg en de ander heeft er even moeite mee. Dat is helemaal prima. Je hebt uiteindelijk iedereen nodig, zoals René zegt.”
 

Verder lezen over ons primair en voortgezet onderwijs?

Wil je meer weten over wat we binnen het primair en voortgezet onderwijs te bieden hebben? Neem gerust een kijkje op deze website. Zo leggen we hier meer uit over wat IPC precies is. Ben je benieuwd naar IMYC, dan praten we je hier bij.

IPC basisschool

Afgelopen voorjaar werd De Ruyterschool uit het Gelderse Weurt de 400e IPC-basisschool in Nederland. Inmiddels zijn ze een klein jaar op weg en kijken we samen met Petra Veltman en Dorien Versteeg terug op hun eerste ervaringen met IPC. Hoe kwamen ze op het idee om IPC te proberen? En hoe gaat het nu op school?

 

Petra is schoolleider en Dorien is IPC-coördinator en eveneens juf bij groep 1 en 2. Bij de kleuters werkt De Ruyterschool met het Early Years-curriculum, het jongere broertje / zusje van IPC.

 

Wat is het verhaal van jullie basisschool? En hoe zijn jullie bij IPC terecht gekomen?

 

Petra: ”Ik ben momenteel 5 jaar hier op school. In het begin kende de school redelijk traditioneel onderwijs, vooral leerkrachtgestuurd. De kinderen gaven aan school saai te vinden, wat ook wel weer gedragsproblematiek met zich meebracht. Vanuit dat punt zijn we samen met het schoolteam om ons heen gaan kijken. Wat vinden we belangrijk dat kinderen leren? Wat zegt de wetenschap? En hoe krijgen we de leerlingen weer actief?

“Alles draait de hele dag om het thema, zelfs bij het buitenspel en de gymlessen. Dat is echt een groot goed.”

De zaakvakken stonden destijds op een laag pitje. De uitdaging was om het onderwijs betekenisvoller in te richten. Hoe kunnen we kinderen de bagage geven om goed te functioneren in de maatschappij? Voor een deel is dat de maatschappij meer in de school halen.

 

We zijn toen op zoek gegaan naar methodes die aansloten bij die filosofie. Het antwoord van veel methodes is meer digitalisering. Daar hebben we bewust niet voor gekozen, omdat leerlingen daar heel erg bedreven in zijn. Ze leren vaker ons iets nieuws, dan andersom. We wilden juist een methode waarbij kinderen creatief bezig waren, met hun handen, voeten en hart. En toen kwam IPC in beeld.”

 

Hebben jullie in IPC gevonden wat jullie zochten?

 

Petra: ”Ja, de basis is er. We worden uitgenodigd om verrassende keuzes te maken. Bijvoorbeeld: waarom doen we IPC in de middag en starten we er niet gewoon mee? En dan is het geweldig als je ‘s ochtends bij de deur staat en kinderen zeggen:’Yes! IPC!’

 

We zijn pas net bezig. Maar we merken meer reuring en betrokkenheid in de school. De kinderen zijn zelf bewuster bezig met het leren van nieuwe dingen. Het leren is echt van de kinderen en niet van de leerkracht die doceert.”

 

Hoe ervaar jij dat in de dagelijkse praktijk met de Early Years, Dorien?

 

Dorien: ”Ik kom zelf van een andere IPC-school in de buurt. Daar was ik ook IPC-coördinator. Ik ben bij de De Ruyterschool aan de slag gegaan, omdat we een gezamenlijke visie hadden op het kleuteronderwijs. We hadden het idee dat we veel meer richting spel moesten in plaats van programmagericht. Kinderen maken dan meer verbindingen in hun hersenen. Ze zijn actiever en voelen zich meer betrokken.

 

We wilden onderwijs met een doorgaande lijn van groep 1 tot en met 8. De kleuters moeten kunnen aansluiten bij de hogere groepen. Ander verlies je de verbinding en mis je het gevoel van samen leren.

“We wilden juist een methode waarbij kinderen creatief bezig waren, met hun handen, voeten en hart.”

De kleuters gedijen erg goed bij de Early Years. De thema’s zijn lang genoeg. Omdat de focus binnen een thema elke week anders ligt, blijf je kinderen prikkelen om steeds weer iets nieuws te leren. Tegelijkertijd blijf je goed verankerd in het thema.

 

Zo zijn we nu bezig met het thema ‘Tijd voor een feestje!’. We zijn gegroeid van het maken van een simpele verjaardagversieringen naar verschillende soorten muziek en hapjes. Zo hebben we taartjes gemaakt in kerstversiering. En op de één of andere manier weten de kinderen daar hun draai in te vinden. Alles draait de hele dag om het thema, zelfs bij het buitenspel en de gymlessen. Dat is echt een groot goed.”

 

Welke stappen hebben jullie ondernomen om IPC en de Early Years beter te leren kennen?

 

Dorien: “We hebben de eerste keer met het hele schoolteam online (i.v.m. corona) kennisgemaakt met IPC-trainer Ed. Dat het online was, maakte het natuurlijk wel lastig om te peilen wat men er individueel van vond. Tijdens het proeftraject op school merkte ik dat er heel veel enthousiasme was en dat we het snel oppakten.

“Aan het einde van het proeftraject wilde niemand nog terug naar de oude methode”

We hebben het proeftraject gedaan met het Early Years-thema ‘Bloemen en Planten’ en het IPC-thema ‘Chocolade.’ We hadden nog een extra thema kunnen kiezen, maar hebben het bewust klein gehouden, zodat we met veel mensen aan hetzelfde werkten en zo makkelijk ervaringen met elkaar konden delen.

 

Ook het feit dat een collega en ik al IPC-ervaring hadden kwam zo mooi van pas. Aan het einde van het proeftraject wilde niemand nog terug naar de oude methode. En toen dachten we:’En nu gaan we ook door!’ ”

 

We doen een proeftraject alleen onder begeleiding. Hoe hebben jullie dat ervaren?

 

Dorien: “Ook als je al IPC-ervaring bij individuele leerkrachten hebt is die begeleiding echt noodzakelijk. IPC vergt een andere manier van denken en die moet je eigen worden. Je loopt tijdens zo’n proeftraject heel erg het risico dat je een thema draait als een traditionele methode.

 

Dan krijg je vooral het gevoel dat je weinig materialen hebt. Je mist dan totaal de diepgang. Het gaat er juist om dat de kinderen zelf leren ontdekken in plaats van dat alles voorgekauwd is. En dat is even een omslag in je denken die je bewust moet maken.

 

De IPC-trainer brengt je iedere keer terug naar het punt: wat ga je de kinderen leren? En hoe laat je dat zien? Wat gaan ze dan als bewijs leveren van hun leren? Dat zijn termen en manieren van denken die je nodig hebt. En dat gaat niet zonder een trainer.”

“Als ik literatuur lees en bedenk waar we in Nederland onderwijsland mee bezig zijn, dan moet ik telkens concluderen dat dat ook in IPC zit.”

Petra: “Daarbij komt dat de trainer ook degene is die erboven hangt. Dat geeft een gerust gevoel. Bijvoorbeeld als het in het begin heel veel werk lijkt. Het is een proces. Het hoeft echt niet allemaal vandaag af.

 

Persoonlijk vind ik het ook fijn om naar ouders en verzorgers te kunnen benoemen dat we iemand hebben die meekijkt. Het is een heel proces en dan is het fijn om op iemand terug te kunnen vallen als je er even niet uitkomt.”

 

Hebben jullie nog dingen gemist in de begeleiding vanuit ons?

 

Dorien: “Nee, er waren een paar dingen die we in een vroeg stadium hebben getackeld. Zo wilden we niet met de standaardproef starten. Door met minder thema’s te werken waren we met meer groepen met dezelfde thema’s bezig.

 

En we hadden een sterke voorkeur voor de unit Chocolade, omdat we daar heel veel enthousiasme mee dachten te brengen. Het is een thema waar je als leerkracht grip op hebt en waarvan je al best wel wat weet. Dat geeft meer ruimte om aan de vorm te schaven. Je moet bijvoorbeeld nog de structuur van een unit leren kennen als het de eerste keer IPC is.”

 

Willen jullie voor we afsluiten nog iets kwijt?

 

Petra: “Nou, je probeert steeds terug te keren naar de vraag: ‘Waar gaat het op school om?’ En IPC past daar heel erg goed bij. Als ik literatuur lees en bedenk waar we in Nederland onderwijsland mee bezig zijn, dan moet ik telkens concluderen dat dat ook in IPC zit.”

 

Dorien: ”In het kleuteronderwijs zijn er heel wat verschuivingen geweest in Nederland. Nu gaan we gelukkig weer terug richting spel. Er is een duidelijke visie op hoe het brein van het jonge kind het beste leert. En dat wordt vormgeven met spel. Daar sluiten de Early Years zo naadloos bij aan. Het is gewoon lekker werken.”

 

Verder lezen?

Neem gerust een kijkje op onze website. Zo leggen we hier meer uit over wat IPC precies is. Ben je benieuwd naar de Early Years, dan praten we je hier bij.

'IPC en Great Learning Nederland helpen jou als leraar of schoolleider om het weer over leren te hebben.'